Zaterdag begint de Tour de France. In de klas ben ik nu Fausto Koppi van Anke de Vries aan het voorlezen. De Italiaanse renner was in zijn tijd (de jaren veertig/vijftig) nagenoeg onverslaanbaar. In Fausto Koppi vertelt Anke de Vries dat een renner uit die tijd had gemerkt dat als Fausto vermoeid was een ader in zijn been opzwol. Als dus iemand zag dat hij een dikke ader had werd gelijk geroepen: “De ader, de ader!”, dat was het sein om te demarreren.
Zijn enige rivaal in die tijd was Dino Bartali. Ik heb de kinderen ook verteld dat toen tijdens de Tour van 1948 in Italië een burgeroorlog dreigde uit te breken, Bartali in Frankrijk werd gebeld door een minister, die vroeg of hij de Tour zou winnen. Hij dacht dat slechts een overwinning van Bartali de rust in het land zou kunnen doen weerkeren.
Geef een reactie