Vorige week voor een kleine vakantie, van maandag tot en met vrijdag, met jeugdvrienden naar Valkenburg aan de Geul geweest.

We verbleven in Hotel Schaepkens van Sint Fijt.

We gingen er op eigen gelegenheid naar toe. Ik reisde met de trein en nam mijn eigen fiets mee.

Hieronder de enige tekening die ik tijden deze vakantie heb gemaakt. Verder kwam het er niet van. Zo’n vakantie is een groepsgebeuren, en tekenen doe je alleen. Mijn broer Wim daarentegen tekent altijd en overal, ongeacht het aantal mensen om hem heen, of het gesprek waarin hij is verwikkeld. Tekenen is voor hem veel vanzelfsprekender dan voor mij.

Michel en Eric willen van onze midweekse vakantie een verslag in boekvorm maken. Voor hun verslag heb ik onderstaande tekst geschreven.

Over Sport en andere zaken

Maandag 26 mei rond 13.00 uur kwamen mijn fiets en ik aan op station Maastricht. In de veronderstelling dat ik pas rond 15.00 uur bij het hotel verwacht werd, fietste ik op mijn gemak, al meanderend naar Valkenburg aan de Geul. Even buiten Maastricht kwam ik langs het stadion van MVV. Ik dacht aan Willy Brokamp, de Limburgse voetballer die daar in de jaren 70 furore maakte. In 1974 maakte hij de overstap naar Ajax, dat toen net  de eerste glorietijd van Johan Cruijf, Piet Keizer en van drie jaar achterelkaar de Europacup 1 winnen, achter de rug had. Brokamps liefde voor het uitgaansleven maakt dat hij er niet in slaagde ook bij Ajax een grote meneer te worden. Na zijn voetbalcarrière werd hij kroegbaas.

Dat meanderend fietsen bleek tijdrovend en vermoeiend. Ik beklom heuvels die me eerder verder van, dan dichterbij Valkenburg brachten. Een telefoontje van Michel riep me tot de orde. Hij vroeg of mijn aankomst nog lang op zich zou laten wachten. Iedereen was er al. Ze wilden gaan wandelen. Ik beloofde dat ik nog voor 15.00 uur bij het hotel zou zijn. Het laatste stuk liet ik me door Google Maps snel en efficiënt naar het hotel leiden.

Toen ik als laatste mijn spullen op de hotelkamer, die ik deelde met Ton, had gelegd, zijn we met z’n allen naar het Cycle Center in Valkenburg gewandeld. Ton en Jan-Willem zouden daar voor twee dagen e-bikes huren. In het cycle Center was een tentoonstelling met herinneringen aan de Amstel Goldrace door de jaren heen. Veel van mijn jeugdvrienden spraken over het materiaal waarvan de fietsen vroeger waren gemaakt, over versnellingen en het aantal tandwielen voor en achter. Dat zijn zaken waar ik geen verstand van heb. Mijn aandacht ging vooral uit naar de foto’s. Ik zag er één met een piepjonge Joop Zoetemelk en zijn ploeggenoten. Uit welk jaar die foto dateerde stond er niet bij vermeld. Een foto van een huilende Gerrie Knetemann in gesprek met Mart Smeets was makkelijker te dateren: 1985. Het jaar dat Knetemann de Amstel Gold Race won door verrassend Francesco Moser in de eindsprint te verslaan. Gerrie liet zijn tranen lopen van geluk, maar ook uit ongeloof, want twee jaar daarvoor lag hij nog voor dood op de Vlaamse kasseien tijdens de cours Dwars door België.

Maandagavond tijdens het borrelen in de bar van het hotel sprak Roy over een wedstrijd die hij eind jaren 70 met GONA 1 had gespeeld tegen FC Den Haag in het voetbalstadion in het Zuiderpark. Ik was verbaasd en een beetje beschaamd toen ik dat hoorde, want ik speelde die wedstrijd ook mee bij GONA, maar kon me niet herinneren dat Roy en ik toen teamgenoten waren. Misschien is dat tekenend voor het type voetballer dat ik was: een goede mandekker, met een beperkt speloverzicht. Ik was maar met één ding bezig: beletten dat de de spits van de tegenstander aan de bal kwam. En de spits in die wedstrijd tegen FC Den Haag was niet de minste: Lex Schoenmaker. GONA verloor met 3-1, maar het voelde als een overwinning. We hadden als amateurs uit de hoofdklasse HVB goed weerstand geboden tegen een profclub.

De volgende dag, tijdens de eerste fietstocht, bleek dat ik heuvel op, of met wind tegen, moeite had de andere fietsers bij te houden. De meesten onder ons reden weliswaar op e-bikes, maar toch, ik stelde mijzelf een beetje teleur. Bij de beklimming van de Cauberg raakte ik al snel achterop. Ik besloot niet krampachtig te proberen aan te haken, maar in eigen tempo, met een licht verzet en mijn blik geconcentreerd op de weg voor me, naar boven te rijden. Totdat Paul naast me kwam rijden, hij was al boven geweest, en kwam weer terug om mij te helpen. Ik dacht echter dat hij even een babbeltje wilde maken en dáár zat ik niet op te wachten. Ik liet hem dat op bruuske wijze weten. Mijn excuses, Paul!

Ook woensdag, onze laatste fietsdag, viel me niet mee. Van vermoeidheid werd ik roekeloos en vloog met flinke snelheid een bocht uit en viel. Ik hield aan de val slechts wat schaafwonden over. Ook mijn fiets leek onbeschadigd. Tot ik al fietsend ontdekte dat mijn remkabels vreemd om mijn stuurstang zaten gewikkeld. Ik had geen idee hoe dat was gekomen. Roy had, dankzij zijn rust en analytische vaardigheden, snel door wat de oorzaak was. Tijdens de val was mijn stuur 360 graden gedraaid. Ik wist niet eens dat dat kon! Gelukkig was het een klusje van niks om het weer in orde te maken. 

Donderdag hebben we gewandeld. Dat ging me beter af.  

Vrijdagavond weer thuis in Den Haag, weet Paulina mijn futloosheid tijdens het fietsen aan vochtgebrek. Ik drink te weinig volgens haar. Minstens anderhalf liter water per dag moet ik drinken. Ik zal haar raad opvolgen. Ik wil me nog geen oud mannetje voelen.

Posted in

Geef een reactie

Ontdek meer van 't Puttertje

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder