Vanmiddag ben ik voor de tweede keer naar de tentoonstelling De Grote Ogen van Kees van Dongen in Museum Boymans van Beuningen geweest. Dit keer ging ik met Amateur- kunstenaarsvereniging Matuvu. De meeste leden van die vereniging zijn al wat ouder, ik denk dat ik met mijn 52 jaar de jongste ben. Zij bleken niet helemaal vertrouwd met onze gedigitaliseerde wereld. Als een geduldige schoolmeester, die ik natuurlijk ook echt ben, moest ik hun de werking van de audiotour uitleggen.
Kees van Dongen is geboren in 1877 en , kort na een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk in Boymans van Beuningen, in 1968 overleden. In de trein terug vertelde ik dat ik het opmerkelijk vind dat hij zo lang geleden, in een totaal andere tijd, geboren is, maar dat onze levens elkaar toch voor een deel overlappen. In 1968 was ik immers al 10 jaar.
Exc3xa9n van mijn medereizigers van Matuvu vertelde dat ze toen, in 1968, in Parijs was: de studentenrellen, de Meirevolutie.
"Je kon daar toen toen zeker niet veilig over straat?" "Dat viel wel mee."
"Ik was er toen toevallig ook. Op de universtiteit. Het was er een gekkenhuis, ze renden in en uit…"
De mensen die dit gesprek voerden zullen toen wel in de twintig zijn geweest, of misschien wel in de dertig. Ik herinner me van dat jaar dat ik terugkwam van misdienaarsreisje en hoorde dat Robert Kennedy was neergeschoten.
Geef een reactie