Vrijdag heeft mijn groep 4 Karel ende Elegast gespeeld op het Open Podium.
Dinsdag vroeg een jongen: "Meester wat doen we eigenlijk met het Open Podium?". "Ook dat nog!", dacht ik, het Open Podium zat niet in mijn hoofd, druk als ik was met de workshop monoprint van dinsdagmiddag. Ik stelde Karel ende Elegast voor, daar had ik al een deel van verteld. De kinderen waren gelukkig enthousiast. Ik maakte het verhaal af . Woensdag bespraken we de rolverdeling en namen we in grote lijnen door hoe we het zouden gaan spelen. Woensdagavond heb ik het script geschreven en vanaf donderdagochtend tot vrijdagmiddag hebben we zes keer gerepeteerd.
De kinderen sleepten van alles mee van huis: zwaarden, helmen, schilden, paarden, prinsessenjurken, alles wat ook maar enigszins met de riddertijd te maken had.
Ze waren heel enthousiast en ze speelden het geweldig goed. Dan is het meester zijn toch weer dankbaar werk.
Hieronders staat het script.
KAREL ENDE ELEGAST
Verteller: Dit verhaal is echt gebeurd. Luister! Het is avond. Karel de Grote slaapt. Morgen is het feest aan het hof. Karel schrikt wakker van een stem in zijn kamer. Engel: Sta op heer kleedt u aan en ga naar buiten om te stelen. Als u niet uit stelen gaat sterft u. Karel denkt dat hij gedroomd heeft en valt weer in slaap. Engel: Sta op Karel ga uit stelen, anders verliest u het leven. Karel: Waarom moet ik als een armoezaaier uit stelen gaan? Ik ben de machtigste man op de wereld. Ik kan krijgen wat ik wil. Karel valt weer in slaap. Engel: Karel, dit is een bevel van god. Verlies geen tijd! Pak uw schild en lans, bestijg uw paard en ga uit stelen! Karel: Ik snap er niets van, ik ben toch geen dief! Maar een bevel van god moet ik opvolgen. Karel: Vreemd alle schildwachten slapen en alle deuren staan open! Verteller: Karel zadelt zijn paard en rijdt het kasteel uit. Op een smal pad in een donker bos rijdt een zwarte ridder hem tegemoet. Karel: Wat doet u midden in de nacht in dit donkere bos? Wat is uw naam? Elegast: Het zelfde kan ik u kunnen vragen. Laat me erdoor! Karel: Als u mij niet zegt hoe u heet laat ik u kennis maken met mijn zwaard. Vechten Karel: Zeg mij nu hoe u heet en waarom u midden in de nacht nog op pad bent?! Elegast: Mijn naam is Elegast. Ik ben dief, ik ga het kasteel van Eggeric beroven. Die gemene bedrieger heeft een heel kostbaar zadel met gouden belletjes. Het staat in zijn slaapkamer. Dat wil ik hebben! Verteller: Karel schrikt. Elegast was xc3xa9xc3xa9n van zijn graven. Omdat hij iets fout had gedaan heeft Karel hem al zijn bezittingen afgenomen. Om in leven te blijven is Elegast dief geworden. Maar hij steelt alleen van rijke mensen. En wat hij over heeft geeft hij aan de armen. Dus zo slecht is hij niet. Elegast: En hoe heet u? Karel: Mijn naam is Adelbrecht. Ik ben ook dief kan ik met u mee? Elegast: Dat kan, maar waar is uw dievengereedschap? Verteller: Karel pakt een oude verroeste ploeg van de grond. Dit is mijn breekijzer. Elegast: Dat ding???? Hmmmxe2x80xa6.goed kom maar mee! Verteller: Ze rijden naar het kasteel van Eggeric. Elegast maakt een gat in de muur van het kasteel. Elegast: Jij houdt de wacht. Ik doe dit toverkruid in mijn mond. Daarmee kan ik de taal van de dieren verstaan. Die waarschuwen als er gevaar is. Haan: Keizer Karel is er! Keizer Karel is er! Kukeleku! Elegast: Hoe kan dat nou? Die haan zegt dat Keizer Karel er is. Zie jij hem ergens? Karel: Die haan vergist zich. Ga nu maar! Verteller: Elegast kruipt door het gat. Hij sluipt de slaapkamer van Eggeric en zijn vrouw binnen. Eggeric is getrouwd met de zus van Karel de Grote. Daar is het kostbare zadel! Als Elegast het optilt rinkelen de belletjes. Eggeric schrikt wakker. Elegast duikt onder het bed. Vrouw: Wat is er? Eggeric: Ik dacht dat er iemand in onze kamer was. Vrouw: Wat heb je toch de laatste tijd. Je bent zo onrustig!. Eggeric: Dat zal ik je eens precies vertellen. Morgen op de hofdag breng ik dat broertje van je om het leven. Dan word ik de nieuwe keizer! Vrouw: Oh nee! Dat mag je niet doen. Mijn broer is altijd goed voor ons geweest! Eggeric: Houd je mond! Verteller: Eggeric slaat zijn vrouw. Ze heeft een bloedneus. Ze wil geen bloed op haar lakens en buigt zich over de rand van het bed. Elegast vangt het bloed op in zijn handschoen. Als zij beiden slapen sluipt hij met het zadel de kamer uit. Elegast: Ik moet Karel waarschuwen. Eggeric wil hem morgen vermoorden. Karel: Nee, ze kennen jou. Je bent een dief.Al jij op het paleis, dan nemen ze je gevangen. Ik zal Karel waarschuwen. Jij komt pas morgen met de handschoen vol bloed als bewijs. Elegast: Okxc3xa9. Tot morgen. Verteller: De volgende morgen. De hofdag is begonnen Het kasteel is vol ridders en hofdames. Als Eggeric en zijn mannen komen worden ze direct gearresteerd. Onder hun mantels hebben ze wapens verborgen. Eggeric: Keizer Karel, waarom? Karel: Ik heb vernomen dat je een aanslag op mijn leven wilt plegen. Eggeric: dat is niet waar! Hoe kunt u dat denken? Dan komt Elegast aan op het kasteel. Hij ziet Karel en stamelt: U bent niet Adelbrecht de dief, maar Karel de keizer. Karel: Inderdaad. Ik heb vannacht geleerd dat jij geen schurk bent. Jij bent mij altijd trouw gebleven. Laat de handschoen zien. Eggeric: Een handschoen met een beetje bloed. Dat bewijst niks. Hij liegt! Elegast: Laat god dan bepalen wie de waarheid spreekt. Ik daag u uit tot een gevecht. Vechten. Eggeric: Ja, ik wilde een aanslag plegen op de keizer. Het spijt me zo. Karel: Voor spijt is het nu te laat. Sluit hem op! Verteller: Eggeric verdwijnt voor de rest van zijn leven achter de tralies. Elegast krijgt zijn kasteel terug en trouwt met de zus van Karel. Zo, dit was het wonderlijke maar waargebeurde verhaal van Karel ende Elegast.
Geef een reactie