Gisteren nam ik deel aan een docentenmiddag in Het Depot in Het Museumpark Rotterdam. Op weg naar huis liep ik aan het eind van de middag het plein voor Het Centraal Station op. Een jonge man wilde me staande houden: ‘meneer, mag ik u iets me vragen?’ ‘Nee,’ schudde ik met mijn hoofd, ‘ik wil naar huis’. Terwijl ik doorliep hoorde ik achter me, ‘meneer Snijders!’. Ik draaide me om. Het was dezelfde jongen. ‘Kan hij met zijn iPhone zien wie ik ben?’, dacht ik in mijn verwarring. Maar dat was het niet, hij had bij me in de klas gezeten op De Parkiet. Hij noemde zijn naam. Ik zei ‘jij kon toch zo goed voetballen?’ ‘Nee, dat was mijn broer’ reageerde hij, ‘uw verhalen over Odysseus hebben destijds veel indruk op me gemaakt’’. ‘Dat vind ik leuk om te horen’, zei ik, maar ik baalde dat ik hem verwarde met zijn broer. Ik vind het ook niet leuk als ze mij aanzien voor mijn broer. In mijn hoofd probeerde de 8 of 9-jarige versie van deze 23-jarige jonge man (ik had hem naar zijn leeftijd gevraagd) voor me te zien. Ik zei dag het me speet dat ik niet naar zijn verhaal had willen luisteren, hij stond daar tenslotte om geld op te halen voor een goed doel, kinderslachtoffers van oorlogen wereldwijd, zo ik aannam, want op de heenweg was ik ook staande gehouden door een jongen. ‘Dat is niet erg’ zei hij ‘dat snap ik wel.’ We gaven elkaar ter afscheid een hand. Pas in de trein lukte me het echt een sprong in de tijd te maken en de jongen te zien zoals hij lang geleden bij mij in de klas zat.
Voor de docentenmiddag in Het Depot had ik nog tijd het Natuurhistorisch museum te bezoeken.
De rondleiding en de workshop die ik met andere docenten heb gevolgd, draaiden om bovenstaande tentoonstelling. Ik ga er ongetwijfeld nog een keer naar toe.
Hieronder mijn voorbereiding op de les die ik gisteren gaf in Wijkwinkel Scheveningen. Ik had een paar zakken vol blokken meegenomen, waarmee de cursisten zich konden bekwamen in het tekenen van geometrische basisfiguren. Voor mijn blokken was echter weinig belangstelling. Ook de tevens door mij meegebrachte boeken over de grondbeginselen van het tekenen werden nauwelijks doorgebladerd.
De avond ervoor had ik via Whatsapp had ik al aangekondigd dat het onderwerp van mijn les het tekenen van kubussen, bollen, cilinders en piramiden etcetera zou zijn. Gelijk na het versturen van dit appje meldden zich al twee cursisten zich af. Het was dus duidelijk geen aantrekkelijk onderwerp. Maar ik wist even niets anders te verzinnen.
Uiteindelijk ging iedereen op eigen wijze met het aangebodene aan de slag.
Maar mocht ik dit nog een keer als lesonderwerp kiezen, dan moet ik het speelser, concreter, met een duidelijke omlijnde opdracht aanbieden.
Woensdag wil ik de cursisten van de Wijkwinkel Scheveningen een aquarel van een nest laten maken; stap voor stap en met zo weinig mogelijk kleuren.
De les heb ik uit het boekje Aquarelleren met 3 kleurenvan Katie Putt.
Gedicht van Ted van Lieshout.
THUIS
Het hoeft geen muur te zijn met ruit en dak. Het mag van hout of rots of klei of blad of ijs.
Een boot op het water ja, een wagen op reis. Een hutje mag, een hol, of een paleis. Een schelp van een slak, een nest op een tak. In Paramaribo of Praag of in Parijs.
Als er maar iemand is die roept: Kom thuis!
Ik zal het wel verstaan. Elke taal bedoelt hetzelfde huis.
Woensdagavond op de kermis rondgelopen als voorbereiding op mijn tekenles aan de kinderen van De Parkiet op donderdag.
Een paar van de foto’s die ik heb genomen.
Terwijl ik rondzwierf op de kermis kwam ik twee vrouwen uit de theaterwereld tegen, met wie ik veel contact had in mijn tijd als cultuurcoördinator van De Parkiet. Zij deelden een zakje Churros met me en we speelden bij een kraam de kamelenrace. Dat was leuk. De winnaar kreeg deze aardbei.
Hieronder een paar van de resultaten van mijn tekenles.
Tekeningen van kinderen van groep 8 van Basisschool De Parkiet. Geïnspireerd door het werk van kunstenaar Paul van Eerden. Zijn werk zag ik pas geleden in museum Huis van het Boek. De illustraties van Paul van Eerden lagen en illustraties van skeletten in eeuwenoude boeken lagen naast elkaar tentoongesteld.
Het was me er eentje!