Tag: Den Haag

Plaats, Den Haag

”Het is geen Van Gogh, maar toch best aardig”, zei de voorbijganger die de foto’s heeft genomen over mijn tekening. Een andere man vroeg of hij de tekening kon kopen. Zijn huis staat op de tekening. Hij wilde hem als aandenken, voor na zijn aanstaande verhuizing. Hij mocht hem van me hebben. Toen ik klaar was, heb ik de tekening bij hem langs gebracht en ben ik even koffie blijven drinken. Vanaf zijn balkon heb ik de Plaats nu ook van bovenaf gezien (zie rode pijl op de foto).

Brouwersgracht

Brouwersgracht, Den Haag. Een vrouw naast me was bezig een enorme hoeveel papier in een papierbak te deponeren. Het duurde erg lang en dat irriteerde me een beetje. “Werk van het afgelopen cursusjaar”. vertelde ze me, toen de klus geklaard was. Ze was tekenlerares en wilde na de vakantie met een schone lei beginnen. In Saint-Rémy, de plaats in Frankrijk waar Vincent van Gogh in een inrichting heeft gezeten, had ze tijdens een vakantie ook veel straten en huizen getekend. Ze was daar met haar vriend. Hij kwam voor het zweefvliegen, zij ging maar tekenen. Mensen uit de omgeving vonden haar werk mooi en kochten het vaak.

Toen ik op het punt stond te vertrekken, kwam weer dezelfde zwerver als donderdag naar mij toe: in schooljaar 93/94 heb ik een paar maanden bij zijn moeder, die kleuterjuf was, stage gelopen. Hij wist mijn naam nog. Hij vertelde over het leven op straat, dat hij weer buiten had geslapen. Ik vroeg waarmee ik hem zou kunnen helpen. 20 euro, daar zou hij mee geholpen zijn. Hij wist me weer feilloos de dichtstbijzijnde pinautomaat te wijzen. Nadat ik hem het geld had gegeven liepen we nog een stukje samen op richting centrum, waar mijn fiets in een stalling stond. Hij vertelde dat zijn moeder eind dit jaar weer naar Nederland zou komen, hij beloofde haar de groeten van mij te doen. Ter hoogte van de Prinsenstraat namen we afscheid.

Dagelijkse Groenmarkt, Den Haag

Dagelijkse Groenmarkt, Den Haag. Terwijl ik zat te dubben of ik mijn tekening als mislukt moest beschouwen, omdat ik niet goed had nagedacht over het perspectief, kwam er een zwerver naar me toe. ‘Dag meneer, hoe gaat het?’ ‘goed.’ ‘Bent u kunstenaar?’ ‘Nee, dit is een hobby.” ‘Wat bent u dan?’ ‘Onderwijzer.’ ‘Mijn moeder ook.’ Hij noemde de naam van de school van zijn moeder. Klonk bekend. Toen hij zei hoe zijn moeder heette, wist ik het zeker: ik had bij haar stage gelopen, in mijn eerste jaar op de Pabo. ‘Dus u kent mijn moeder? Shit man, wat is de wereld klein!’ Hij vertelde dat zijn moeder veel verdriet om hem had. Ondanks de hitte had hij een jas aan, dat was voor vannacht, zei hij. Zijn slaapplaats was onder een brug. Ik gaf hem het muntgeld dat ik in mijn portemonnee had. Hij wees me nog op een pinautomaat vlakbij, maar dat ging mij weer te ver. Hij prentte mijn naam goed in mijn hoofd en beloofde de groeten te doen aan zijn moeder. Zij is inmiddels ook met pensioen.